zondag 13 augustus 2017

'Wunderlich' gedicht over de Tiendaagse Veldtocht


Chr. Wunderlich. Gedicht over de Tiendaagse Veldtocht
'Eendragt de Magt...'
Een wonderlijk gedicht vond ik vandaag in het Stadsarchief van Amsterdam. Met dank aan de digitalisering, want vanuit een vakantieadres in Oostenrijk is het archief in het thuisland toch toegankelijk!

Om grip te krijgen op het Nederlandse fanatisme tijdens de Tiendaagse Veldtocht zoek ik naar uitingen van patriottisme en nationalisme (hoewel nog iets te vroeg qua periodisering). De Belgische historica Els Witte deed al eerder onderzoek naar kranten en constateerde dat scheldproza eerder bij de lagere bevolking gezocht moest worden. Toch meen ik te bespeuren dat er ook bij de geletterden de taal er niet om loog. De Hollanders uitten zich vanuit een felheid, want voelden zich aangetast in hun eer. Zo worden de Belgen 'muitziek' genoemd en als 'vijanden' afgeschilderd.

Dit archief is een handgeschreven verslag in dichtvorm over de Tiendaagse Veldtocht. De auteur is Chr. Wunderlich die zijn dichtwerk opdroeg aan de Amsterdamse kolonel Johannes Luden, een Amsterdammer die kolonel was en leiding gaf aan een divisie van de Mobiele Noord-Hollandse Schutterij. Uit het eigendom van de familie Luden is een aantal documenten over de tiendaagse bewaard gebleven. Zo zijn er brieven, is er informatie over de betrokken manschappen, zijn er kranten én is er het gedicht van Wunderlich.

Ik heb hier enkele strofen gekopieerd en vertaald.


Dat m' op dien luistervollen dag
't Gebouw der staat zo fel zou krenken
Dat men er geen herstel op zag
Ja snood verraad in 't Belgies land
Dat 't meest verwekt word bij de grooten
Bragt al dit onheil ras tot stand'
En wist 't bestuur omver te stooten




O Neerlands volk uit s'harten grond
Is van alle kanten gekomen
Elk een bood zich vrijwillig aan
Om 't vloek gespuis te gaan bestrijden
Wien riep elk uit 't zal zo niet gaan
Wij zullen 't vaderland bevrijden
Holland ten zuiden, en ten Noord
De Geldersche, en ook de Vriezen
Als ook die uit het Gronings oord
Elk wilde nu geen tijd verliezen

Link naar Stadsarchief Amsterdam / Archief 922 / Archief van de Familie Luden en Aanverwante Families


Petra Robben, MA-student Open Universiteit, doet onderzoek naar overeenkomsten en verschillen van nationalistische uitingen van de Belgen en de Nederlanders rondom de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Reacties op de blogposts zijn welkom. Stuur gerust een mail!

zaterdag 12 augustus 2017

Eerherstel voor de Nederlanders en dieptepunt voor de Belgen: de Tiendaagse Veldtocht

Nicolaas Pieneman, De slag bij Houthalen (1834)
Collectie Rijksmuseum
Vandaag, 12 augustus 2017, is het 186 jaar geleden dat de Tiendaagse Veldtocht werd beëindigd. Tien dagen eerder trokken er duizenden Nederlandse soldaten in marstempo door de straten van de Belgische grensdorpen Poppel, Ravels, Postel. Een dag later vertrokken er wederom marskolonnes ‘op vijandelijke grond’, zoals de Zuid-Hollandse, Overijsselse en Utrechtse schutterijen richting Kalmthout en Kapelle. Aan het hoofd van de militaire operatie stond de kroonprins van Nederland, de latere koning Willem II. Vanaf 4 augustus stelde koning Leopold zich aan het hoofd van het Belgische leger. In zijn proclamatie verklaarde hij als Belg het land te zullen verdedigen en de moed van de burgerwacht, armee en ingezetenen in het algemeen te steunen.

De meest genoemde legers in België tijdens de Tiendaagse Veldtocht zijn het Maas- en het Scheldeleger. Op 8 augustus, de datum waarop de slag bij Hasselt plaatsvond, verdampte volgens Op de Beeck het gedemoraliseerde Maasleger. De Nederlandse legers beriepen zich toen al op de overwinning. Hadden de inwoners van Hasselt een week van tevoren de nieuwe Belgische koning ingehaald met een blijde intrede, op 8 augustus werden de Nederlandse prinsen plechtig ontvangen op het stadhuis van Hasselt, zo schrijft Johan Op de Beeck.

Vanaf 9 augustus kwam er een Franse interventie aan te pas, door de Belgen aangeroepen, waar de Nederlandse koning en regering geen oorlog mee wilden hebben. Op 12 augustus werd het Franse leger door de Leuvense bevolking met enthousiasme onthaald. Kroonprins Willem beloofde de stad te sparen op voorwaarde dat de Belgische soldaten zich terugtrokken. Bij wijze van eer mocht kroonprins Willem een triomfantelijke intocht in Leuven houden. Vanuit Nederlands perspectief werd dit dus gezien als een eerbetoon. In de Belgische herinneringen aan de 'Campagne de Dix Jours' wordt dit bevestigd: ‘De vijand mocht enkele uren Leuven bezetten om zijn victorie te markeren.’ Na de val van Leuven zou kroonprins Willem de vrijheidsboom op de Grote Markt, het symbool van de Belgische opstand, omgehakt hebben.

De Nederlandse taak was volbracht: ze hadden gedaan wat Koning en Vaderland hadden geëist. De Nederlanders zegevierden over de vijand. Na de Tiendaagse Veldtocht werd de kroonprins in Den Haag en Amsterdam als een held onthaald. De tiendaagse oorlog was voorbij en hoewel er 130 soldaten gesneuveld waren, was vanuit Nederlands perspectief de Tiendaagse Veldtocht als een militair succes te beschouwen, zo schrijven Rietbergen en Verschaffel. Naast dit eervertoon en enthousiasme had de veldtocht echter niet veel opgeleverd. Limburg werd aan Nederland toegewezen en Luxemburg verdeeld onder België en Nederland.

Anoniem, Spotprent op de wanhopige Belgen (1831)
Collectie Rijksmuseum
In de literatuur wordt er op verschillende manieren teruggekeken op de Tiendaagse Veldtocht. Zo schrijft militair historicus W.J. Knoop: ‘Er is in de handelingen van de prins van Oranje rond de Tiendaagse veldtocht iets buitengewoons en verhevends dat meer tot de poëzie dan tot de historische werkelijkheid schijnt te behoren.' Roon schrijft dat het conflict met de Belgen in die dagen leidde tot een zeldzaam hoog oplopend patriottisme’.  Volgens Johan Op de Beeck lag de nadruk van de Tiendaagse Veldtocht vooral op eerherstel: de eer van natie moest hoog worden gehouden. ‘De slag bij Ravels’ werd volgens Rietbergen en Verschaffel bruikbaar in de nationale propaganda vanwege de actieve deelname van de kroonpins Willem en prins Frederik. Waar de Nederlandse legers na de Tiendaagse Veldtocht nog meer trots waren op hun heldendaden, was voor de Belgen het geloof in de strijdbaarheid naar een dieptepunt gezakt.

Literatuur
  • J. Op de Beeck, Het verlies van België. De strijd tussen de Nederlandse koning en de Belgische revolutionairen in 1830 (Antwerpen 2015).
  • E.W.R. van Roon, Lotgevallen: De beleving van de diensplicht door de Nederlandse bevolking in de 19e eeuw (Proefschrift Universiteit van Amsterdam 2013).
  • P.J.A.N. Rietbergen, T. Verschaffel, De erfenis van 1830 (Leuven 2006).

Petra Robben, MA-student Open Universiteit, doet onderzoek naar overeenkomsten en verschillen van nationalistische uitingen van de Belgen en de Nederlanders rondom de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Reacties op de blogposts zijn welkom. Stuur gerust een mail!

maandag 24 juli 2017

Jhr. Mr. D.T. Gevers van Endegeest (1793-1877), tekenende schutter, 1831-1833


Daniël Theodoor Gevers van Endegeest (Rotterdam 1793 - Oegstgeest 1877) was een conservatieve negentiende-eeuwse politicus uit een Rotterdams regentengeslacht. Advocaat en ambtenaar in Den Haag. In de periode 1838-1858 was hij lid van de Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, en van 1856-18858 minister van Buitenlandse Zaken in het conservatieve kabinet-Van der Brugghen I. Hij had als commissievoorzitter rond 1840 een belangrijk aandeel in de droogmaking van de Haarlemmermeer. Als ambachtsheer van Oegstgeest deed hij veel aan liefdadigheid en in die zin was hij een typische patriarchale landheer van de oude stempel. In de jaren tot 1848 gematigd voorstander van hervormingen. Keerde zich in 1848 echter tegen de Grondwetsherziening, maar paste zich daarna weer snel aan de nieuwe omstandigheden aan.
Van verschillende reizen die Gevers privé of voor zijn werk maakte, zijn reisverslagen bewaard gebleven. Hij maakte vanaf 1813 ook tekeningen, vooral topografische schetsen, die waarschijnlijk later zijn uitgewerkt.

 afb. 1

In de jaren 1831-1833 was hij als schutter van de Haagse Schutterij betrokken bij de schermutselingen tussen Nederland en het opstandige België. Gedurende deze tijd verbleef hij in West- en Midden-Brabant waar hij 85 tekeningen maakte. Als artistieke producten hebben deze schetsen geen groot belang, maar als pretentieloze topografische registraties van het toenmalige Brabant des te meer. De tekeningen worden bewaard in de Atlas van Stolk in Rotterdam. Een aantal is in 1950 gekopieerd door Paula Sloet tot Everlo O.S.B. en deze bevinden zich in de Brabantcollectie van Tilburg University.

Het Nederlandse leger heeft de maanden voor de Tiendaagse Veldtocht uitgebreid oefeningen gehouden in de buurt van Breda, Tilburg en Eindhoven. In Oisterwijk tekende hij in 1831 een ‘BierStekers Kar’, de Hondsberg, het stadhuis op de Lind en een gezicht op de kerk aldaar. Op 18 juni 1831 tekende hij het kamp Rijen op het moment dat prins Frederik het tentenkamp binnenrijdt. Rechts ‘Tenten der Haagsche Schuttery, vlaggende met de oranje Zakdoeken van Captein Rengers en met den Strooijen Schutter’. In juli maakte hij nog twee tekeningen van kamp Rijen.
 afb. 2

 afb. 3

 afb. 4


In oktober 1831 maakte hij een tekening van ‘De plas naby Goirle, waardoor de Goirlese watermolen gaat’ en even later een tekening van ‘een December Mistdag, aan de watermolen Wacht te Goirle 1831'

  afb. 5
  afb. 6
 
Na de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831 werd de Nederlandse legermacht in Brabant gehandhaafd. Nieuwjaar 1832 wordt gevierd op de weg tussen Breda en Tilburg en hij tekende een ‘Arbeiders Huisje aan den Straatweg bij Tilburg, al waar het Bataillon, op marsch Zijnde, een poos halte hield op 1 Januari 1832. – mooij halte! En vermakelijke nieuwJaarsdag!! Toch Oranje boven!!!!’ Hij tekende ook nog een tweede arbeidershuisje aldaar.

 afb. 7
  afb. 8
 
Een wel heel mooie gewassen pentekening maakte hij ‘Te Tilburg op den Heuvel, tegen over de Zwaan (octob 1832) gezien uit de Zwaan op de markt’ [= Heuvel].


 afb. 9
 
Literatuur en bronnen:
- https://www.parlement.com/id/vg09ll10qp49/d_th_gevers_van_endegeest
- J.C. Nix, Jhr. Mr. D.T. Gevers van Endegeest en de Belgische Opstand. Tekeningen van een Haagse Schutter 1831-1833 (Alphen aan de Rijn / Breda, 1983.

Afbeeldingen:1. Jhr. Mr. D.T. Gevers van Endegeest (1793-1877). (Coll. Fotoarchief Eerste Kamer).
2. Geaquarelleerde pentekening kamp Rijen, 18 juni 1831. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
3. Geaquarelleerde pentekening kamp Rijen, 6 juli 1831. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
4 Geaquarelleerde pentekening kamp Rijen, 18 juni 1831. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).

5. Geaquarelleerde pentekening De Vloed met kerk bij Goirle, oktober 1831. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
6. Geaquarelleerde pentekening de watermolen te Goirle, december 1831. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
7. Geaquarelleerde pentekening arbeidershuisje Bredaseweg Tilburg, 1 januari 1832. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
8. Geaquarelleerde pentekening arbeidershuisje Bredaseweg Tilburg, 1 januari 1832. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).
9. Grijs gewassen pentekening herbergen op de Heuvel, oktober 1832. (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam).

Auteur: Ronald Peeters, voormalig hoofd Stadsmuseum Tilburg en auteur. Hij beschreef ook de Stadscollectie Tilburg van Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 21 juli 2017

Utrechtse Vrijwillige Jagers in Tilburg


Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in 1831 was er een Compagnie Vrijwillige Jagers van de Utrechtse Hogeschool in Tilburg gevestigd. In de Utrechtsche Studenten Almanak voor het jaar 1832, werd een toneelstukje opgenomen getiteld ‘De Hoofdwacht te Tilburg’. Daarbij was ook deze litho (gevouwen) gevoegd. Van deze litho zijn twee identieke exemplaren in de Stadscollectie Tilburg bewaard gebleven (SMT00955 en SMT00956).


   afb. 1

Het toneelstuk begint als volgt: ‘Het tooneel is op den heuvel; eenige groepen Jagers zitten onder den grooten lindeboom aan tafeltjes thee te drinken, anderen staan in de deur van het wachthuis, in de herbergen, of loopen rond. Het is tusschen 7 en 8 ure des avonds.’
Het gaat er allemaal gemoedelijk aan toe. Een fragment: ‘Een Korporaal. Zoo jongen, bonjour! Hoe gaat het, wij ontmoeten ons ook nog al eens op de wacht. De andere. Och ja!... maar apropos, zijt gij gisteren ook nog in den Roskam geweest? Vink heeft ons regt geamuseerd. Eerst de volksliederen, toen het heerlijke o santtissima! Dat men nog heeft moeten herhalen; Körners lied: Der Ritter muss., ja, ik weet niet wat al meer.’
Al deze taferelen zijn op de litho afgebeeld. Rechts in het midden een afbeelding van een militaire wagen met opschrift: ‘KOMPAGNIE VRIJW JAGERS DER / UTRECHTSCHE HOOGESCHOOL’.

L.C. Hora Siccama is de ontwerper van de litho; Vos de lithograaf; J.W. Desguerrois en Co. De steendrukker, en J. van Schoonhoven en N. van der Monde te Utrecht de uitgever van de almanak.
Gesigneerd linksonder: ‘L.C.H.S. del.’, midden onder: ‘Vos Lith.’ En rechtsonder: ‘Lith. Desguerrois en CO.’


Een litho uit 1832 van deze ‘Hoodwacht te Tilburg’ (Heuvel met lindeboom en latere pastorie) met daarop een compagnie van vrijwillige jagers bevindt zich in de collectie van het Regionaal Archief Tilburg (zie afbeelding in blog over de Utrechtse jager Costerus).


afb. 2

Literatuur en bronnen:
- G. van Rijn en C. van Ommeren, Atlas van Stolk. Katalogus der Historie-, Spot- en Zinneprenten betreffende de geschiedenis van Nederland (’s-Gravenhage, 1895-1933, tien delen), nr. 7088.
- Utrechtsche Studenten Almanak voor het jaar 1832 (Utrecht, J. van Schoonhoven en N. van der Monde, 1832), p. 305-310.

Afbeeldingen

1. Litho taferelen uit toneelstuk ‘De Hoofdwacht te Tilburg’, 1831. (Stadscollectie Tilburg, SMT00955).
2. Titelblad Utrechtsche Studenten Almanak voor het jaar 1832. (Coll. auteur).

Auteur: Ronald Peeters, voormalig hoofd Stadsmuseum Tilburg en auteur. Hij beschreef ook de Stadscollectie Tilburg van Stadsmuseum Tilburg.

donderdag 20 juli 2017

'Vaarwel vrienden!' Aanspraken aan vrijwillige jagers van de Utrechtse Hogeschool

Indeling Utrechtse vrijwillige jagers
H. Eskuchen  1831
Uit onderzoek naar de Tiendaagse Veldtocht blijkt dat er vanuit Nederland zich een aantal studenten vrijwillig aanbood om mee te doen aan de 'oorlog' tussen Nederland en België. Er is een onderscheid te maken tussen dienstplichtigen die vaak weinig notie hadden van nationale bedoelingen. De studenten daarentegen waren fanatiek en bereid om offers te brengen ten aanzien van het vaderland.

In gelegenheidsdocumenten kennen we de zogeheten 'aanspraken', ofwel toespraken op het moment dat de vrijwillige militairen vertrokken naar het 'oorlogsgebied'. In dit geval hebben we een document waarin de vrijwillige jagers, ofwel studenten van de Utrechtse Hogeschool worden aangesproken. Het is 1 augustus 1831 aan de grens met België bij het Brabantse Hilvarenbeek.

De redenaar spreekt de vertrekkende studenten nog eens toe vanaf vaderlandse bodem en zegt hen vaarwel. De studenten hebben blijkbaar al veel inzet getoond en zich op voorhand opgeofferd aan het belang van hun vaderland. Naar het voorbeeld van een krijgsman leerden de studenten o.a. door wapenoefening, zedelijk gedrag en braafheid, volharding en standvastigheid. 'Hebt moed, vrienden!'

Het landgoed Gorp, tussen Goirle en Hilvarenbeek,
ligt aan de grens Nederland-België.
Gerefereerd wordt aan Griekse krijgsbevelhebbers, en dat de prijzen der overwinning in het midden lagen tussen 'ons' en de 'vijanden'. De toegesproken 'vrienden' zouden gevaren tegemoet treden waarin het op leven of dood zou aankomen.

Het was de stem des vaderlands, de stem van 'onzen heiligen godsdienst'. De strijd betrof de eer van het vaderland en na een moedige kamp voor de schoonste zaak werden de Utrechtse studenten zegevierend terug verwacht.

'Vaarwel en denkt aan ons: wij zullen u, dit weet gij, dag en nacht en overal in gedachte vergezellen en Gode aanbevelen. Vaarwel, vrienden.'

Uit deze afscheidsreden blijkt in ieder geval dat het vaderland het letterlijke vertrekpunt is voor de studenten. De referentie aan de Griekse machten en het eerbetoon aan het vadderland, geven aan dat het hier om een vroege vorm van nationalisme gaat. Omdat het om een vergelijkend onderzoek gaat naar de verscillen en overeenkomsten tussen de Nederlanders en de Belgen, zal ik nagaan of er vanuit België evenzo aanspraken werden gemaakt aan de ten oorlog strijdende vrijwilligers / studenten.


Petra Robben, MA-student Open Universiteit, doet onderzoek naar overeenkomsten en verschillen van nationalistische uitingen van de Belgen en de Nederlanders rondom de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Reacties op de blogposts zijn welkom. Stuur gerust een mail!

dinsdag 18 juli 2017

Proclamaties en Manifesten: Aan het 'kloekmoedige' Brusselse volk

Archief Koninklijk Museum
van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Fonds 1830-1839, doos 19
In het archief van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel, gelegen in het Jubelpark, gingen mede-onderzoeker Ans Holman en ik op zoek naar bronnen over de Tiendaagse Veldtocht, in België 'Dix jours de campagne' genoemd.

We stuitten op enkele proclamaties die voorafgaand aan de veldtocht in 1831, gericht waren aan het 'kloekmoedige' volk van Brussel. De afzender was de Association Nationale Belge, ofwel de Nationale Belgische Vereeniging.

Een van de proclamaties begon met de uitroep: 'Wij zijn mannen van de Revolutie!' Het Comité van de Belgische Vereeniging wilde dat het volk naar hen luisterde. Ze hadden hen immers nooit bedrogen, zo werd gesteld. De gezamenlijke vijand waren de Hollanders of de Orangisten, de Holland-gezindten, die inmiddels met succes verdreven waren. Tegen deze 'verraders' wilde de association echter geen wraakacties meer.

'Blijf altijd de Belgen van September, een weldenkend en edelmoedig volk. Verlaat de plunderaars, stille en vreedzame burgers,' zo werden de Belgen aangesproken.

De proclamatie werd besloten met de uitroep: oorlog tegen de koning van Holland, maar eerbied voor de eigendommen! Handhaving van de goede orde en de rust was geboden, anders zou de ware vrijheid onmogelijk zijn, aldus het Comité van de Belgische Vereniging op 28 maart 1831.

Archief Koninklijk Museum
van het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Fonds 1830-1839, doos 19
Een maand later, 20 april 1831, werd het volk van Brussel wederom aangesproken om trouw te blijven aan de Belgische revolutie, ondanks de mogelijkheid dat de Hollanders hun land zouden binnenvallen. De leden van de vereniging streefden naar de grootste offers voor vrijheid en nationale onafhankelijkheid. De Brusselnaren werd gevraagd hen te geloven en naar hun advies te luisteren. De proclamatie besloot met: 'Winnaars van September, bederf niet onze glorieuze revolutie'.

Via deze proclamaties en manifesten werden de Belgen opgeroepen tot trouw aan de revolutie. De strijd werd gezamenlijk gestreden: als 'compatriotes, amis en frères'. Vive la Belgique! Vive la Liberté en Vive l'Indépendence!

Of de Nederlanders op een soortgelijke wijze elkaar aanspraken ben ik in mijn onderzoek tot nu toe nog niet tegengekomen. Er zijn wel aanspraken, maar daarbij worden de studenten toegesproken door iemand van een hogere orde. In een volgende blogpost zal ik die eens voor het voetlicht brengen.

Petra Robben, MA-student Open Universiteit, doet onderzoek naar overeenkomsten en verschillen bij de Belgen en de Nederlanders rondom de Tiendaagse Veldtocht in 1831. Reacties op de blogposts zijn welkom. Stuur gerust een mail!



maandag 10 juli 2017

Vrijwilligers en dienstplichtigen: een wereld van verschil

Veel verhalen over de Tiendaagse veldtocht kennen we uit de dagboeken van de Studenten Vrijwilligers. Vaak klinkt in deze dagboeken door hoe zelfingenomen ze waren. In de weinige dagboeken die bekend zijn van ‘gewonen soldaten’ wordt geen verslag gedaan van uitgebreide maaltijden, het interieur van de gastheer of drankgelag. Hier gaat het over verveling, vervuilde inkwartieringsplaatsen, schaarste, ziekte en de provoost.

Het oplevend patriottisme dat zoveel studenten in beweging gebracht had klonk niet door in alle lagen van de bevolking. Voor degene die zich geen remplacement konden veroorloven was het verplichte verblijf in het leger een jarenlange hinderlijke onderbreking van het dagelijkse leven en geen verheven ideaal voor koning, volk en vaderland. De gemiddelde soldaat  had weinig nationaal sentiment want de meesten waren laag geschoold en weinig kaas gegeten van politiek of staatszaken.


Tot 1898 bestond er voor de dienstplichtige jongens de mogelijkheid de diensttijd te laten vervullen door een vervanger, het remplacement. Een plaatsvervanger nam, tegen betaling, de plaats in.
Vooral in de hogere kringen werd er de voorkeur aan gegeven om de zonen niet persoonlijk hun dienstplicht te laten vervullen. De studie kon afgewerkt worden zonder jarenlange onderbreking vanwege dienstplicht. Daarnaast was er zeker sprake van een standenmaatschappij, door de diensttijd te vermijden hoefde deze studenten zich ook niet op te houden met ‘onwetend volk’.
Studenten, die eerder hun dienstplicht doorschoven naar een lagere stand, nemen in 1831 dienst vervuld met patriottisme, om voor volk en vaderland te dienen. Maar dit dienen gebeurt wel  in vrijwilligerskorpsen met de eigen klasse, gescheiden van de dienstplichtige soldaten.

Bron: van Roon E.W.R. (2013) Lotgevallen: De beleving van de dienstplicht door de Nederlandse bevolking in de negentiende eeuw
Afbeelding: Spotprent op de verbaasde Belgen in hun blauwe kielen die verrast worden als de Nederlandse militair over de grens stapt bij Baarle-Nassau/Baarle-Duc. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht, 2-12 augustus 1831. ( Coll. Rijksmuseum, Amsterdam, maker anoniem)